Heeft Nederland een overschot aan parkeerplaatsen?

Auto lege parkeergarage_Spark

Na een periode van hoogconjunctuur vanaf de jaren ’90 zitten we in Nederland niet alleen met een overschot aan kantoorruimte, maar op een toenemend aantal locaties ook van parkeerplaatsen. Elke automobilist weet het: parkeren in steeds meer centra kan tegenwoordig volop. Zelden zijn parkeergarages vol, en als dat zo is, is er vlakbij nog meer plaats. In Amsterdam centrum gaan sommige exploitanten stunten om hun lege plaatsen vol te krijgen. Veel steden hebben in de afgelopen jaren parkeergarages gebouwd, anticiperend op een vraag die niet kwam. Niet alleen in centra, maar ook in woongebieden staan grote aantallen plaatsen in garages leeg; Amsterdam doet daar nu wat aan, anderen volgen misschien.

Door Eric Stuyfzand (Spark)

Waarom dat overschot?
Ten eerste werkt het prijsmechanisme niet goed. In ons economisch bestel vinden we het logisch dat de prijs representatief is voor de verhouding tussen vraag en aanbod. Als de oogst van tomaten goed is gaat de prijs voor tomaten omlaag en andersom. Niemand vind het gek dat hij moet betalen voor tomaten. En hoewel gezond eten een eerste levensbehoefte is, eist geen enkele politieke partij gratis tomaten. Waarom bij parkeren dan wel? Zolang bewoners (bijna) gratis op straat kunnen parkeren en daar 12 m2 voor hun eigen voertuig opeisen, gaat natuurlijk niemand uit vrije wil in een dure parkeergarage staan. En als die garage dan leeg staat, is het dan een oplossing om parkeren gratis te maken? Maar die plaats in de garage kost vele duizenden euro’s per jaar aan rente, afschrijving en onderhoud.
Moeten we het dan anders zien? Als een plaats op straat zo weinig kost, is die ruimte misschien ook niet veel waard? En die parkeerplaats dus ook niet. Maar als dat zo is, kan je in normale omstandigheden ook geen parkeergarages bouwen, die plaatsen zijn immers niets waard? Hoe komt het dan dat ze er toch zijn, gebouwd zijn?

Dat is het tweede: de parkeerkencijfers zijn tot norm verheven. Aanzienlijke aantallen plaatsen zijn aangelegd en gebouwd omdat dit volgens de kencijfers nodig leek. En net zoals bouwvoorschriften over kamerhoogte, grootte van de keuken en omvang van de fietsenberging, zijn deze toegepast en praktisch tot wet verheven. Met een belangrijk verschil: heel vaak vonden ontwikkelaars de kosten van parkeren (in tegenstelling tot de kosten van het gebouw “zelf”) niet op te brengen en lieten gemeenten zich verleiden om aan de bekostiging bij te dragen. Parkeren is immers een recht, zo lijkt het en, gewend als we zijn aan parkeren op de openbare weg, iets wat de gemeente behoort te regelen. En dan is het makkelijk om veel plaatsen te hebben want dat voorkomt conflicten tussen vraag en aanbod en zo kunnen beheersmaatregelen beperkt blijven.

En daar zitten we nu: lege parkeergarages, de schokkende constatering (Binnenlands Bestuur, oktober 2013) dat parkeren niet langere een melkkoe is voor gemeenten, de kosten die afgewenteld zijn op de belastingbetaler en die zelfde belastingbetaler eist dat het gratis wordt. (En misschien heeft die nog gelijk ook, want de kosten zijn al betaald, ook door die belastingbetalers die nooit een parkeerplaats nodig hebben omdat ze geen auto bezitten).

Wat nu?
Stoppen met het klakkeloos toepassen van de parkeerkencijfers. Bij Spark roepen we dit al jaren en langzaam dringt het door. Alleen bouwen als dat echt niet anders kan. Dus eerst bestaande overschotten gebruiken.
En al het overschot dat er nu is? Daar hebben we het prijsmechanisme voor, maar dan wel op basis van vraag en aanbod. Waar een overschot is moet de prijs omlaag, het is niet anders. En als de prijs omlaag gaat, zal op termijn ook het aanbod van parkeerplaatsen gaan afnemen, zo werkt het nu eenmaal in onze economie, zolang de overheid daar niet op ingrijpt. Maar dan wel de ruimte op straat waarderen. Want de kwaliteit van onze leefomgeving is ook in financiële waarde uit te drukken. Omdat dit openbaar gebied is, is daar de gemeente aan zet, ook dat is niet anders.

Want gratis bestaat nu eenmaal niet, zelfs niet bij parkeren. Alleen zo kunnen we het tij nog keren en zitten we straks niet met een overmaat aan ongebruikte parkeerruimte. En houden we onze steden mooi en vitaal.