Oh oh Den Haag, mooie stad met flexibele normen

“Gemeenten: gooi de CROW-kengetallen in de prullenbak”. Dat was een insteek die te horen was op een discussiemiddag over verdichten, vergroenen én parkeren. Platform STAD in Den Haag organiseerde de middag, waarbij gekeken werd hoe Den Haag de opgave moet gaan vormgeven om binnen de grenzen van de stad fors in te breiden en toch geen groter parkeerprobleem te veroorzaken. Spark was er bij.

Door Arie Pijp (Spark)

Foto: Spark

De rode draad van de middag: Hoe kunnen we de enorme woningbouwopgave van de komende jaren binnen de stad faciliteren zonder dat de geparkeerde auto daarbij een hoofdrol speelt. Focussen op andere vormen van mobiliteit en autobezit verminderen kreeg veel aandacht. Laten zien hoeveel beter de buitenruimte wordt zonder overmaat aan auto’s. Maar voor veel Hagenaars is de auto nabij de woning nog steeds belangrijk. In en rond het centrum verandert dat beeld wel, maar in de gebieden daarbuiten nog niet, of misschien wel nooit. Hoewel door Giuliano Mingardo – van de Erasmus Universiteit Rotterdam – wel ingebracht, bleef vooral de rol van de prijs van een parkeerplaats onderbelicht. Ook in de politieke discussie aan het slot. Gemiste kans, want als je blijft vasthouden aan gratis of voor heel weinig geld parkeren op straat, kan je nooit gebouwde parkeerplaatsen aanbieden. En blijf je dus hangen in ‘terugdringen van autobezit’ als middel om ruimte terug te winnen, in plaats van het reëel beprijzen van het stallen van de auto. En die prijs is echt meer dan een paar tientjes per jaar. Zo kunnen mensen zelf kiezen of dat het waard is, of dat kiezen voor de fiets of deelauto toch aantrekkelijker is.

Eerste spreker van de middag was Barend Jansen van de provincie Zuid-Holland. De provincie ziet vooral graag dat gemeenten flexibeler omgaan met parkeernormen, waardoor er ruimte ontstaat om geen minimum parkeernorm te hanteren, maar bijvoorbeeld een maximum parkeernorm. Daardoor zal – denkt de provincie – de automobiliteit van bewoners vanzelf meeveranderen.

Giuliano Mingardo ging hier deels in mee, maar gaf wel aan dat onze samenleving nog lang niet toe is aan het volledig in de ban doen van autobezit. Hij adviseerde Den Haag om toch vooral af te stappen van plot-gerichte parkeernormen en meer te kiezen voor gebiedsgerichte parkeernormen. Misschien hoeft een gebouw geen eigen parkeervoorziening als in de omgeving voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is. Dat scheelt investeren in lege parkeervakken.

Tineke Groenewegen van Blauwhoed en Cisca de Jong van Staedion gingen met elkaar in discussie over alternatieven voor autobezit en de relatie tot sociale huurwoningen. Kun je toe met minder parkeervoorzieningen bij inbreiding in de stad, wat zijn de alternatieven qua vervoer en bereikbaarheid. Hoe ver kun je gaan in het aanbieden van alternatieve vervoersmiddelen en welke prijs mag hier tegenover staan. In essentie ging de vraag hier over of je via de woningbouw kan en mag sturen op de modal split van toekomstige bewoners.

Walter Dresscher van De Natuurlijke Stad liet zien wat een mogelijk toekomstbeeld is voor woonstraten als de deelauto gemeengoed wordt. Minder auto’s op straat en meer leefgebied was zijn droom, wat voor Marianne Edixhoven (Park[ing] Day) aanleiding was om de eerste editie van Park[ing] Day in Den Haag onder de aandacht te brengen. Park[ing] Day is een internationaal fenomeen waarbij bewoners, creatieven, ontwerpers en kunstenaars voor één dag parkeerplekken ombouwen tot kleine publieke parken.

De middag werd afgesloten door een politiek panel, waarbij raadsleden van de VVD, de Haagse Stadspartij, de Groep de Mos en D66 een politiek debat dat in de ochtend had plaatsgevonden fijntjes samenvatten. De discussie die volgde liet vooral zien dat de politiek in Den Haag nog lang niet op één lijn zit als het gaat om het oplossen van de parkeerproblematiek in relatie tot de opgave tot verdere verdichting van de stad. Een wereld te winnen dus nog!

Op de hoogte blijven? Volg ons op Twitter, Facebook & LinkedIn